Parasieten
Wormen bij paardenVrijwel alle paarden in Nederland zijn besmet met inwendige parasieten. Vooral infecties door wormen en hun larven komen voor. Naast preventieve maatregelen zoals een strikte stalhygiëne en extensieve beweiding, blijven voor een effectieve wormbestrijding wormmiddelen noodzakelijk. Paarden kunnen besmet raken met een groot aantal verschillende parasieten, echter niet al deze parasieten zijn ziekmakend. We kunnen inwendige en uitwendige parasieten onderscheiden. Teken, luizen, knutten en vliegen zijn voorbeelden van uitwendige parasieten. Maagdarmwormen, horzellarven en lintwormen zijn inwendige parasieten. Maagdarmwormen maken zowel buiten het paard, als in het paard een ontwikkeling door. Met als eindstadium een volwassen worm. Gemiddeld genomen geldt dat jonge en oude (bejaarde) paarden gevoeliger zijn voor maagdarmwormen. Meest voorkomende wormen De meest schadelijke maagdarmwormen zijn de kleine bloedwormen, de larvale stadia van de grote bloedworm en de spoelworm. De lintworm, veulenworm, aarsmade en paardenhorzel worden als minder schadelijk gezien.
|